Nieuwe accountantswetgeving te veel opgerekt

De accountant die de jaarrekening controleert van een beursfonds, bank of verzekeraar mag daar met ingang van dit jaar geen adviesopdrachten meer aanvaarden. Uit een oogpunt van efficiency, mag die accountant wel nog aan de jaarrekeningcontrole verwante assurance-diensten verlenen. De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft de nieuwe wetsbepaling opgerekt. Zij doet daarmee geen recht aan de bedoeling van de wetgever.

                                                                                             

Maatschappelijk vertrouwen accountantsberoep

De wetgever wil een strikte scheiding tussen enerzijds de controle- en aanverwante assurancewerkzaamheden en anderzijds de advieswerkzaamheden van accountants werkzaam bij organisaties van openbaar belang. Dit om het maatschappelijk vertrouwen in het accountantsberoep te verstevigen. De accountant die de jaarrekening controleert of collega’s van het kantoor waaraan hij is verbonden, mogen bijvoorbeeld geen belastingadvies, managementadvies en overnameadvies meer geven. De accountant kan anders zijn onafhankelijke positie naar buiten toe niet waarmaken. De NBA beoogt aan te geven welke opdrachten zijn ‘verwant’ aan de jaarrekeningcontrole en dus door de controlerend accountant of zijn kantoor kunnen worden aanvaard. In sommige gevallen is dat evident. Zo kan de wettelijke controle van de jaarrekening zonder meer samengaan met de controle of beoordeling van kwartaal- en halfjaarberichten of met de beoordeling van verslagen inzake corporate governance, risicomanagement en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hier doen zich normaal gesproken geen conflicterende belangen voor. Bovendien liggen de werkzaamheden dusdanig in elkaars verlengde dat het efficiënt is die door dezelfde accountant of hetzelfde kantoor te laten uitvoeren.

 

In andere gevallen is evenwel twijfel mogelijk over het samengaan van opdrachten. Het gaat dan met name over het ‘feitenonderzoek’ ten behoeve van derden (waaronder de raad van commissarissen) dat volgens de NBA door de controlerend accountant of door anderen van zijn kantoor kan worden gedaan, bijvoorbeeld feitenonderzoek op het gebied van fraude, interne beheersing, fusie en overname. Maar op die onderdelen is de lijn met het advieswerk flinterdun. Want hoe rapporteer je feiten over de interne beheersing of een overnametransactie zonder daarbij (impliciet) te adviseren? Bij fraude-onderzoek doet de controlerend accountant er verstandig aan zich niet op glad ijs te begeven en dat over te laten aan een ander accountantskantoor. Het is immers niet uitgesloten dat daarin zaken naar voren komen die hij zelf eerder had moeten zien.

 

De ‘definitie’ die de NBA voorstaat ten aanzien van controle- en aanverwante assurance-opdrachten is te ruim. Als wij het vertrouwen in het accountantsberoep willen verstevigen, is het beter om aan de ‘veilige kant’ te gaan zitten.